nl nl nl

Pedagogische subdoelen

Pedagogisch beleidsplan Stichting Kinderopvang Flevoland.

0-4 jaar versie maart 2021

Werkwijze van de stamgroep

Wij gaan uit van de Gordon methode in de omgang met kinderen.
In het kort de aandachtpunten van de Gordon methode:

1. Het gedragsraam: daarmee kijk je naar het gedrag van je ander en jezelf. Het helpt je om te bepalen waar het probleem nu precies ligt.
2. Actief luisteren: tegenover je gesprekspartner herhalen wat hij gezegd heeft en checken of dat klopt. Bijvoorbeeld: 'Dus je zegt dat ...' of ' Bedoel je dat ...?'
3. Ik-boodschappen: die gebruik je om op een assertieve manier te communiceren en je eigen grenzen aan te geven, van verklarend tot vriendelijk en confronterend. Bijvoorbeeld: 'Ik zie dat je ...' of 'Ik vind jouw gedrag ...'
4. Overschakelen: in emotioneel heftige situaties moet je kunnen overschakelen van actief luisteren naar ik-boodschappen.
Conflicten oplossen: zowel waarde-conflicten als behoefte-conflicten zijn op te lossen.

De Gordon methode betekent dat we op een respectvolle manier de kinderen benaderen, vooral positieve aandacht geven en negatief gedrag niet benadrukken.
Conflicten (bv.2 kinderen willen allebei hetzelfde speelgoed) zoveel mogelijk door de kinderen zelf laten oplossen als de situatie dit toelaat.
Het wordt niet geaccepteerd dat de kinderen elkaar pijn doen, zowel fysiek als mentaal, als kinderen dit doen leggen we uit dat dit niet de goede manier is om met boosheid om te gaan en gaan samen op zoek naar een oplossing.
Het is belangrijk om te kijken en luisteren naar kinderen, bij de baby’s let je goed op de lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen.
Bij de grotere kinderen is het zaak om te ontdekken wat ze echt bezig houdt en daar op inspelen.
De kleine baby’s hebben een eigen dagritme( meestal tot +/- 1 jaar oud), er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het dagritme van thuis.
Voor de grotere kinderen hebben we een dagritme, waarvan kan worden afgeweken als dit beter is voor het kind of het dagritme van thuis.
Er zijn vaste momenten om te eten en drinken.
Op een dag zijn er 4 vaste luierrondes zodat alle kinderen regelmatig een schone luier krijgen, natuurlijk wordt een poepluier gelijk verschoond.

Maximale omvang van de groep
Locatie Flierefluiter

De baby groepen met de leeftijd van 0 tot 2 jaar worden begeleid door maximaal 4 pedagogisch medewerkers, In de groepen 0-2 jaar Lutjebroek, Muisbroek, Pieperij mogen maximaal 16 kinderen per dag komen spelen. Bij de peutergroepen 2-4 jaar Drieprong, Fluitenberg, Karreveld mogen maximaal 16 kinderen komen spelen. Er kan een uitloop zijn van 4+ jaar in de vakanties tot kinderen naar school mogen na de 4de verjaardag.

De peuter groepen met de leeftijd van 2 tot 4 jaar worden begeleid door maximaal 2 pedagogisch medewerkers, het aantal kinderen wordt bepaald door de m2 meter speeloppervlakte.

Op deze locatie hebben we een open deur beleid, de kinderen van 0-2 of 2-4 jaar gaan bij elkaar spelen als de groepsgrootte dit toelaat, dit wordt per dag bekeken. De kinderen spelen in hun eigen ruimte. Momenten waarop ze het lokaal verlaten zijn:

  • als we buiten gaan spelen en de kinderen gaan hun jas halen in de gang,
  • als ze een schone luier krijgen,
  • als ze naar het toilet gaan.
  • als ze naar de slaapkamer gaan.


Locatie Kadesnuiter

De baby groepen met de leeftijd van 0 tot 2 jaar worden begeleid door maximaal 4 pedagogisch medewerkers, In de groep 0-2 jaar Boeg mogen 12 kinderen per dag komen spelen, in de 0-2 jaar Scheepsbel mogen 12 kinderen komen spelen, 2-4 jaar groep Kajuit mogen 14 kinderen komen spelen, 2-4 jaar Voorpiek mogen 16 kinderen spelen en bij het Roer 14 kinderen.

Er kan een uitloop zijn van 4+ jaar in de vakanties tot kinderen naar school mogen na de 4de verjaardag.

De peuter groepen met de leeftijd van 2 tot 4 jaar worden begeleid door maximaal 2 pedagogisch medewerkers, het aantal kinderen wordt bepaald door de m2 meter speeloppervlakte.
(i.v.m. minder kinderen dan kindplaatsen wordt momenteel de ruimtes voorpiek en roer gebruikt door de BSO).

Op deze locaties hebben we een open deur beleid, de kinderen van 0-4 jaar gaan bij elkaar spelen als er in totaal minder dan 12 kinderen zijn, of de kinderen kunnen in 2 verschillende lokalen spelen met een pedagogisch medewerker, dit is afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Dit wordt per dag bekeken.
De kinderen spelen in hun eigen ruimte. Momenten waarop ze het lokaal verlaten zijn:

  • als we buiten gaan spelen en de kinderen gaan hun jas halen in de gang,
  • als ze een schone luier krijgen,
  • als ze naar het toilet gaan.
  • als ze naar de slaapkamer gaan.


Locatie Speelmuiter

De Speelmuiter is een verticale groep van 0-4 jaar. Soms met een uitloop van 4+ in de vakanties tot kinderen naar school mogen na de 4de verjaardag.

In De Speelmuiter worden de kinderen van 0 tot 4 jaar begeleid door maximaal 4 pedagogisch medewerkers. Er kunnen maximaal 16 kinderen komen spelen, afhankelijk van de leeftijdssamenstelling van de groep. Met 16 kinderen in de groep mogen er maximaal 8 baby`s onder een jaar aanwezig zijn.
De kinderen spelen in hun eigen ruimte. Momenten waarop ze het lokaal verlaten zijn:

  • als we buiten gaan spelen en de kinderen gaan hun jas halen in de gang,
  • als ze een schone luier krijgen,
  • als ze naar het toilet gaan.
  • als de kinderen spelen in de gang bij de glijbaan.


Locatie Spetterfluiter

De Spetterfluiter is een verticale groep van 0-4 jaar. Soms met een uitloop van 4+ in de vakanties tot kinderen naar school mogen na de 4de verjaardag.

In De Spetterfluiter worden de kinderen van 0 tot 4 jaar begeleid door maximaal 4 pedagogisch medewerkers. Er kunnen maximaal 16 kinderen komen spelen, afhankelijk van de leeftijdssamenstelling van de groep. Met 16 kinderen in de groep mogen er maximaal 8 baby`s onder een jaar aanwezig zijn.
De kinderen spelen in hun eigen ruimte. Momenten waarop ze het lokaal verlaten zij

  • als we buiten gaan spelen en de kinderen gaan hun jas halen in de gang,
  • als ze een schone luier krijgen,
  • als ze naar het toilet gaan.

Bijzonderheden van de kinderen worden bij het brengen en halen verteld door de ouders en het team.
Daarnaast maken we gebruik van een logboek en tablet.
We schrijven in het logboek de bijzonderheden die de ouders vertellen, in het tablet houden we bij of een kind is aan/afgemeld, of een kind medicijngebruik heeft, slaaptijden, flestijden en de gebeurtenissen in de loop van de dag.
Bijzonderheden betreffende allergieën, diëten, eetgewoontes e.d. worden vermeld door ouders/verzorgers op het inschrijfformulier en worden bij kind notities in het tablet vermeld.
Vergaderingen zijn centraal 1 x per jaar. Informatie wordt gedeeld via e-mail. Jaarlijks worden de vergaderingen gepland.

Veiligheid leidster kind interactie

Er zijn op vaste dagen vaste pedagogisch medewerkers. Dit is vooral belangrijk voor de kinderen zodat ze in een vertrouwde omgeving kunnen spelen, ook voor de ouders is het belangrijk zodat ze weten wie ze kunnen aanspreken.
Als er een teamlid ziek is of vrij wordt er vervanging geregeld, er komt een invalkracht of een teamlid uit het vaste team.
De pedagogisch medewerkers die op invalbasis werken zijn gewend om op alle groepen in te vallen en zijn bekend bij de kinderen.
De regel is dat er 1 pedagogisch medewerker per groep vrij mag hebben zodat er altijd een vast en vertrouwd teamlid aanwezig is.
Bij de babygroepen zijn er per week in ieder geval 2 vaste gezichten, we proberen de teamleden zo stabiel mogelijk in te roosteren om zo een vertrouwde omgeving voor de kinderen te creëren zodat als er 1 van de vaste gezichten ziek is of verlof heeft dat de kinderen zich veilig voelen.

Sfeer

De stichting vindt de sfeer in de opvang heel belangrijk, we zijn open naar de kinderen en naar de ouders.
De kinderen en de ouders horen hier een plek te hebben waar ze vol vertrouwen naar toe gaan.

Er is een ouderraad waar ouders zitting in kunnen nemen.

  • De ouderraad heeft als doel:
  • De belangen van het kind en ouder van de kinderopvang zo goed mogelijk te behartigen en de ouders te vertegenwoordigen.
  • De wensen van ouders voor de opvang te realiseren door invloed uit te oefenen op diverse onderdelen van het beleid.
  • Te adviseren betreft de kwaliteit.
  • Het behartigen van de belangen van ouders bij de directie.

We organiseren regelmatig een feestje waar alle kinderen voor worden uitgenodigd zoals een zomerfeest.
Het contact met de directie is laagdrempelig, iedereen kan even bij Joke langs lopen met vragen of opmerkingen.

WERKPLAN BABY’S
(van 0 tot 2 jaar)

07:30 – 09:00

Ontvangst.
Het team besteedt veel aandacht aan het kind en de ouder/verzorger.
Er wordt informatie uitgewisseld over het kind, speciale gebeurtenissen.

* De pedagogisch medewerker zwaait samen met het kind de ouder/verzorger uit.

09:30

Fruit eten ( vanaf plm. 6 maanden) en drinken.

11:30

Brood eten (vanaf plm. 9 maanden).

* Kinderen eten maximaal 3 boterhammen en starten met hartig beleg, daarna evt. zoet en dan weer hartig en als keus een cracker of beschuitje.

13:00

Vertrek van de kinderen die alleen ’s morgens de crèche bezoeken.

* Ontvangst van de kinderen die alleen ’s middags de crèche bezoeken. De manier waarop dit gebeurt, staat elders al aangegeven.

15:00

Fruit eten ( vanaf plm. 6 maanden) en drinken.

17:00 - 17:30

Limonade drinken en een soepstengel of meegebracht warm eten.

17:30 - 18:30

De kinderen worden gehaald. Het team informeert de ouder/verzorger over het kind en de gebeurtenissen van de dag.

Bij de baby`s wordt het slaap-/ eetritme van thuis overgenomen. De ontwikkeling van bepaalde vaardigheden (bijvoorbeeld kruipen, lopen, praten) bij de baby`s varieert sterk. Daarom is de verzorging/begeleiding van deze leeftijd sterk gericht op het individuele kind.

De basis voor het omgaan met de baby’s wordt gevormd door praten, knuffelen en spelen. Hiervoor zijn geen vaste tijden; de behoefte van het kind geldt als maatstaf.

Er wordt veel met muziek gewerkt en gezongen. Beweging van het kind en sociaal contact met het team en leeftijdgenootjes is hierbij het doel.



WERKPLAN PEUTERS
(van 2 tot 4 jaar)

07:30 – 09:00

Ontvangst.
Het team besteedt veel aandacht aan het kind en de ouder/verzorger.

* Er wordt informatie uitgewisseld over het kind, speciale gebeurtenissen in de omgeving (feest, ziekte, onrust, logeren, etc.). Het kind zwaait samen met de pedagogisch medewerker de ouder /verzorger uit. De kinderen spelen met een begeleider met meerdere vormen van droog materiaal tot 09.15 uur en dan wordt er met elkaar opgeruimd.

09:30

We starten de dag samen aan tafel. Kinderen kunnen hun verhaal kwijt, we zingen en /of lezen een verhaal, eten samen fruit en drinken limonade. Er worden plannen gemaakt voor de dag: is er iets bijzonders? Hebben we wat te vieren?

10:00

De kinderen die zindelijk zijn gaan plassen. De tussengroep gaat het proberen en samen met de jongere kinderen krijgen ze een nieuwe luier. Voor de zindelijkheidstraining wordt geen leeftijd aangehouden.

Een kind dat aangeeft op de wc te willen plassen mag dat. Het resultaat is minder belangrijk; bij een gelukte poging wordt de aandacht gericht op het ‘resultaat’, bij een mislukte poging op het goede voornemen om op de wc te gaan. Het team stimuleert de kinderen die bezig zijn zindelijk te worden om vaker naar de wc te gaan (soms om de 2 uur). Er is geen sprake van dwang.

Na het plassen, handen wassen!

10:30

De kinderen mogen vrijuit spelen om de energie kwijt te raken die tijdens het aan tafel zitten is opgebouwd. Het team drinkt dan koffie /thee.

10:45

Een groepsactiviteit, bijv. buiten spelen, kleien, verven, dansen, doe –spelletjes.

11:30

Gezamenlijk aan tafel om brood de broodmaaltijd te gebruiken. Vooraf zingen we het ‘smakelijk eten /drinken lied’.

* Kinderen eten maximaal 4 boterhammen en starten met hartig beleg daarna evt. zoet en dan weer hartig met de keus een cracker of beschuitje.
Er wordt aandacht besteed aan niet van tafel lopen en niet knoeien met eten /drinken. We stimuleren het eten maar het is niet verplicht om alles op te eten. Voor en na het eten wassen we de mond en handen.

12:00

WC –ritueel.

* De kinderen die het nodig hebben gaan naar bed. Ze nemen hun knuffel en/of speen mee. In de tablet schrijft het team hoe laat een kind gaat slapen en wanneer het wakker wordt.

12:45

De kinderen mogen vrijuit spelen, het team gebruikt de lunch.

13:00

Vertrek van de kinderen die alleen ’s morgens de crèche bezoeken.
Ontvangst van de kinderen die alleen ’s middags de crèche bezoeken.
De manier waarop dit gebeurt, staat elders al aangegeven.

13:30

Activiteiten met de grote kinderen, aangepast aan hun niveau.

* Het soort activiteit wordt door de kinderen bedacht, het team stuurt een beetje bij.

14:00

De kinderen komen rond die tijd weer uit bed, en krijgen de gelegenheid om even bij te komen en iets te drinken. Tot 15.00 uur mogen de kinderen spelen wat ze willen. Dit om te stimuleren dat je ook alleen kunt spelen of met vriendjes, zonder inbreng /deelname van een volwassene.

14:30

WC –ritueel. Uitgezonderd de kinderen die geslapen hebben ze zijn verschoond bij het uit bed komen.

15:00

Fruit eten zoals `s morgens.

15:30

Een groepsactiviteit, bijv buiten spelen, kleien, verven, dansen, doe-spelletjes, maar het kind mag uiteraard ook vrij spelen.

17:00 - 17:30

Limonade drinken en een koekje eten.

17:30 - 18:30

De kinderen worden gehaald. Het team informeert de ouder/verzorger over het kind en de gebeurtenissen van de dag.

Aandacht voor de aanwezigheid van leeftijdgenootjes.

De samenstelling van de groepen worden bepaald door de aanmeldingen van kinderen.
Horizontale groepen Flierefluiter en Kadesnuiter.
Ieder kind heeft zijn vaste groep maar we voeren een open deur beleid als de omstandigheden daarnaar zijn.
Als kinderen doorstromen proberen we om vriendjes bij elkaar in de groep te houden, dit om het kind een veilig en vertrouwt gevoel te geven door samen naar een volgende groep te gaan.
We kiezen er niet voor om broertjes en zusjes samen in een groep te laten spelen omdat onze ervaring is dat vrijheid van spelen vaak beperkt wordt door verantwoordelijk gedrag van ouder broertje of zusje, wij kiezen er dan voor dat een kind de mogelijkheid krijgt om even bij het broertje of zusje te kijken of even een kusje brengen.
Bij meerlingen ligt de keus bij de ouders of ze de kinderen apart of samen in een groep willen plaatsen.
Op rustige dagen kan het voorkomen dat broertjes en zusjes wel in 1 groep samen zijn.

Verticale groepen Speelmuiter en Spetterfluiter
Bij de groep Speelmuiter en de groep Spetterfluiter is de groep verticaal, van 0-4 jaar.
Er is 1 groep op de locatie aanwezig wat betekent dat de kinderen in deze groep blijven tot de leeftijd van 4 jaar is bereikt of tot de kinderopvang om een andere reden eerder stopt.

Als een kind doorstroomt naar een volgende groep of BSO krijgt elk kind eerst een wenperiode(extra informatie in protocol wennen)voordat het kind definitief over gaat. Het kind zal dan samen met een vertrouwd teamlid gaan kennis maken met de nieuwe groep. De volgende stap is dat een kind een paar uurtjes op de nieuwe groep mag blijven, deze tijd zal per keer in eigen tempo van het kind worden uitgebreid zodat de overgang zo soepel mogelijk zal verlopen. Bij de overgang naar een nieuwe groep maken we gebruik van een verhuisbericht waar de bijzonderheden van het kind worden vermeld.

Kinderen die nieuw komen, wennen in overleg met de ouders in de periode voordat ze echt geplaatst worden. In samenspraak met ouders/verzorger wordt dan een datum en tijd afgesproken om het kind in hun eigen nieuw groep te laten wennen. Het hangt van de ouders/verzorgers zelf af of ze bij het kind willen blijven of er voor kiezen om het kind alleen te laten wennen. Ouders/verzorgers mogen dit naar eigen wens een aantal keren herhalen zodat het kind zich veiliger zal voelen als het geplaatst wordt. Als er een nieuw kind komt zal van de ouders/verzorgers gevraagd worden om een briefje te maken over de bijzonderheden en karaktereigenschappen van het kind zodat de pedagogische medewerker daar goed op in kan spelen.

Aandacht voor de inrichting van de omgeving

Een kind heeft altijd de keus om wel of niet mee te doen met een activiteit afgezien van het fruit en brood eten en drinken. De pedagogische medewerker zal de kinderen stimuleren om aan een activiteit mee te doen. Kinderen kunnen zelf kiezen waarmee ze willen spelen. De ruimte is zo ingericht dat de kinderen altijd kunnen spelen bv de permanente aanwezigheid van een keukentje, legotafel of leeshoek. Het spelen kan worden uitgebreid door spelmateriaal wat in de kast staat dit varieert van kralen rijgen, spelletjes, puzzels tot muziekinstrumentjes. Wij kiezen er niet voor om dit spelmateriaal permanent op de groep te zetten om zo de variëteit en uitdaging te behouden. Wel mogen kinderen zelf aangeven wanneer ze graag met speelgoed uit een kast willen spelen. De rol van de pedagogische medewerker bij een activiteit is zeer divers. De ene keer zal ze ervoor kiezen zich op de achtergrond te houden als kinderen samen een activiteit doen waarbij ze zichzelf cognitief en sociaal kunnen ontwikkelen, terwijl bij andere activiteiten de rol van de pedagogische medewerker groot zal zijn omdat de activiteit complex is b.v. bij een knutselactiviteit of dat het nodig is dat er leiding moet worden gegeven bij b.v. een kringspel.

De interactie met leeftijdsgenoten

Conflicten tussen kinderen worden altijd samen opgelost. Wij werken met de Gordon methode, dus zullen de pedagogisch medewerkers eerst afwachten of de kinderen het probleem zelf oplossen. Is dit niet het geval of is de situatie urgent dan zal de pedagogische medewerker samen met de kinderen het conflict oplossen. Sommige kinderen vinden het erg moeilijk om speelgoed te delen. Wij leggen de kinderen dan uit dat we snappen dat delen erg moeilijk is maar dat op de crèche het speelgoed van iedereen is. Als kinderen wat ouder worden merk je dat bepaalde kinderen meer naar elkaar toetrekken en er vriendschappen worden gesloten. Pedagogische medewerkers gaan hier ongedwongen mee om want de kinderen mogen zelf bepalen met wie ze spelen, alleen bij groepsactiviteiten zullen de pedagogisch medewerkers kinderen stimuleren om samen met alle kinderen te spelen. De pedagogisch medewerkers heeft ook aandacht voor het individuele kind bij b.v. een activiteit als puzzelen of gewoon een gesprekje met het kind.

Groepsactiviteiten

Op een dag zijn er meerdere momenten waarop we groepsactiviteiten doen met de hele groep.
We gaan 2 keer per dag fruit eten en drinken en 1 keer per dag lunchen en aan het eind van de dag eten we een koekje met drinken erbij.
Bij deze vaste momenten zingen we liedjes, lezen we boekjes voor, doen we spelletjes aan tafel en er is dan tijd voor de kinderen die graag iets willen vertellen over wat ze bezig houdt.
Kringspelletjes doen we ook met de hele groep, al is er geen verplichting om mee te doen. We proberen dit wel te stimuleren.
Het gebeurt regelmatig dat we in kleine groepjes werken bij de knutselactiviteiten, spelletjes of puzzelen, dan creëer je de mogelijkheid om meer persoonlijke aandacht aan het kind te geven, ook lezen we de kinderen regelmatig voor in kleine groepjes lekker in een hoekje op een zacht kussen, het geeft een geborgen en gezellig gevoel.

Persoonlijke competentie

In elke ruimte zijn verschillende activiteitenplekken.
Er staat bijvoorbeeld een keukentje, een tafel met bouwblokken, een rustige hoek met zachte kussens(matras).
Bij de baby’s hebben we de hoge box waar de jonge baby’s kunnen spelen en de grotere kinderen onder kunnen spelen. Ook kunnen de grotere kinderen b.v. op een loopauto of met een bal spelen.
Naast de vaste groepsmomenten zijn de kinderen vrij om te spelen. Als het weer het toelaat gaan we buiten spelen.
In de leefruimte bieden de pedagogisch medewerkers verschillende mogelijkheden uit speelgoed uit de kast, een knutselactiviteit of spelen de kinderen met speelgoed waar ze zelf zin in hebben.
De speelmaterialen zijn afgestemd op de leeftijd van de kinderen waarbij rekening is gehouden met de veiligheid en het ontwikkelingsniveau van de kinderen.
Regelmatig wordt er speelgoed gerouleerd in de groepen zodat er wat nieuws in de kast ligt.

Vaardigheden van pedagogisch medewerkers in het uitlokken en begeleiden van spel

Op de groepen wordt gewerkt met vaste medewerkers op vaste dagen.
De pedagogisch medewerkers kennen de kinderen goed en zo kunnen ze inspelen op de karaktereigenschappen van het kind.
De pedagogisch medewerkers weten welke kinderen extravert zijn en welke kinderen introvert, welke kinderen het heerlijk vinden om regelmatig te knuffelen en welke kinderen daar helemaal geen tijd voor hebben omdat ze het te druk hebben met hun spel, de kinderen die iets meegemaakt hebben en daar vaak en uitvoerig over kunnen vertellen en het kind dat iets vertelt op een rustig moment als je er naar vraagt.

Het aansluiten op de emoties en leermomenten

Omdat wij met de Gordon methode werken worden emoties van kinderen altijd erkend en serieus genomen en zal de pedagogische medewerker op emoties ingaan om erachter te komen wat daadwerkelijk het probleem is. Het kind kan op verschillende manieren zijn/haar emotie uiten. Het ene kind zal als iets niet lukt reageren door boos te worden en het andere kind uit zich in dezelfde situatie door te gaan huilen. Het is de taak van de pedagogisch medewerkers om het kind te begeleiden naar een oplossing waar van uit het kind weer verder kan.

Proberen grenzen te verleggen

Sommige kinderen hebben op bepaalde momenten moeite om in een spel of activiteit hun grenzen te verleggen. De pedagogische medewerker zal hier op inspelen door b.v. een kind dat niet durft te dansen in een kringspel het kind aan te bieden om samen met de pedagogisch medewerker te dansen of evt. met een vriendje of vriendinnetje. Kinderen die niet van vieze vingers houden willen vaak geen verfactiviteit doen. De pedagogische medewerker zal het kind stimuleren om het wel te doen door b.v. uit te leggen dat we de handen na de activiteit meteen gaan wassen en er eventueel voor te kiezen een washandje bij het kind neer te leggen zodat hij/zij de handjes tussendoor kan afvegen en zo de drempel voor het kind te verkleinen om deel te nemen aan een activiteit.

Het uitbouwen van de talenten van een kind

Bij het uitbouwen van talenten zal de pedagogisch medewerker door het eerst herkennen van een talent een kind stimuleren om zijn talent te vergroten door b.v. een peuter die goed kan puzzelen een moeilijkere puzzel van een groep aan te bieden die eigenlijk is bedoeld voor wat oudere kinderen of een kind wat netjes binnen de lijntjes kleurt een activiteit met een prikpen aan te bieden om zo de kinderen te stimuleren om de fijne motoriek te stimuleren.

De eigenheid van een kind

De kinderen worden bij binnenkomst begroet met hun naam( hoi Jan wat leuk dat je weer lekker komt spelen!) en als ze naar huis gaan(dag Jan tot de volgende keer!)
Als de kinderen vrij aan het spelen zijn tonen de pedagogisch medewerkers regelmatig belangstelling voor wat het kind aan het doen is, zo kom je achter de belevingswereld van het kind op dat moment waar de pedagogische medewerker op in kan spelen.
Natuurlijk wordt het opgemerkt als kinderen nieuwe schoenen, kleding e.d hebben en dat wordt uitvoerig bewonderd.
Als een kind gevallen is en een pleister heeft of een schaafplek vraagt de pedagogische medewerker wat er is gebeurd en of het pijn heeft gedaan en of hij/zij heeft gehuild want dat mag best als iets zeer heeft gedaan!

Kinderen samenwerken met leeftijdsgenootjes

De kinderen leren goed samenwerken en delen op de crèche.
We ruimen samen het speelgoed op voordat we aan tafel gaan of voordat we gaan buitenspelen. We gaan samen eten en we wachten met eten totdat iedereen een stukje fruit of koekje heeft, we gaan drinken als iedereen een beker heeft.
Vooral voor de pukkies is dit moeilijk omdat zij nog in het begin staan van hun sociale ontwikkeling maar de pedagogisch medewerkers stimuleren de kinderen wel om rekening met elkaar te houden.
In de babygroep gaan de pedagogisch medewerkers samen opruimen met de grotere kinderen. De sociale regels als hiervoor genoemd hanteren wij niet in de babygroep omdat in deze leeftijd ze nog niet de sociale competentie hebben om op deze manier rekening met elkaar te houden.
De pedagogisch medewerkers stimuleren de kinderen om samen met speelgoed te spelen maar heeft het kind op dat moment de behoefte om alleen te spelen dan wordt dat gerespecteerd. Als een kind speelgoed heeft wat een ander kind ook graag wil zal dit in overleg met de kinderen opgelost worden.
De kinderen leren zo omgaan met elkaar en om begrip te hebben voor wensen van een ander.

Mogelijkheid tot het maken van normen en waarden

Op de crèche hanteren we regels en omgangsnormen om een veilige en vertrouwde omgeving te creëren. Een paar voorbeelden van regels zijn dat we samen aan tafel eten, elkaar geen pijn doen, elkaar niet uitschelden, binnen niet rennen. Als kinderen de regels overtreden zal de pedagogische medewerker de kinderen op hun gedrag aanspreken en uitleggen waarom. Kinderen die door gaan met onacceptabel gedrag krijgen daarna een waarschuwing met de mededeling dat ze bij herhaling een time-out krijgen. Bij goed gedrag krijgen de kinderen een complimentje en wordt er door de pedagogische medewerker verteld waarom ze het complimentje verdienen.

Binnen de crèche vieren wij de algemene feestdagen zonder in te gaan op geloofsovertuigingen omdat wij de levensovertuigingen respecteren en toegankelijk zijn voor iedereen.

Eetgewoontes die samenhangen met een bepaald geloof respecteren wij en ouders/verzorgers kunnen dit kenbaar maken op het inschrijfformulier en wordt in het tablet vermeld.

De achterwachtregeling.

De achterwachtregeling bij calamiteiten op onze locaties zijn.
- Er kan bij calamiteiten binnen 15 minuten iemand op de locatie zijn.
Buiten de openingstijden van kantoor is de directeur altijd bereikbaar, met vakanties wordt er een telefoonnummer van een staflid in de mail gestuurd die bereikbaar is.
Bij calamiteiten kan er altijd iemand aanwezig zijn binnen 15 minuten vanuit de hoofdlocatie.

Ondersteuning indien 1 beroepskracht aanwezig is

Het kan voorkomen dat er 1 beroepskracht aanwezig is op een locatie.
Stichting Kinderopvang Flevoland heeft het telefoonnummer van de directeur die bekend is bij alle teamleden, is de directeur met vakantie dan wordt er via mail het nummer van een staflid bekend gemaakt zodat dat nummer bereikbaar is.
Met dit nummer is er altijd een collega direct beschikbaar om hulp te kunnen bieden, buiten de kantoortijden.
De locaties liggen allemaal op maximaal 15 minuten rijafstand van de hoofdlocatie.
Verder zijn er normaal gesproken geregeld andere personen bij de locatie aanwezig.
Bij 3 locaties is er een peuterspeelzaal aanwezig 3, 4 of 5 dagen per week. (Locatie Acacialaan, Locatie Nagele en locatie Espel).

1 beroepskracht aanwezig indien wordt afgeweken beroepskracht-kindratio

De beroepskrachten zijn niet alleen op een locatie als er wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio.
Alle locaties hebben een opvang 0-4 jaar en 4-12 jaar.
Daardoor zijn er meestal meerdere personen in de gebouwen, als het teamlid van de BSO niet aanwezig is zijn de volgende maatregelen getroffen:

Acacialaan: niet aan de orde, geen teamlid alleen aanwezig in het gebouw als er wordt afgeweken van de BKR
grote locatie, meerdere groepen en stafleden kantoor.

Zuiderkade: niet aan de orde, geen teamlid alleen aanwezig in het gebouw als er wordt afgeweken van de BKR, normaal gesproken meerdere groepen geopend.

Kantoor is dagelijks bezet door stafleden en pedagogische coaches.

Op (bijna) alle dagen is er een dienst op de locaties die vroeg begint, tot in de middag duurt en wordt overgenomen door een ander teamlid tot het einde van de dag zodat er niet wordt afgeweken van de 3 uurs regeling, er voldoende begeleiding is voor de kinderen en de teamleden niet alleen zijn in het gebouw.

Nagele en Espel: Teamleden hebben de pauze op de locatie, de VSO leiding begint en heeft geen afwijking in BKR tot de vroege dienst begint.

Op (bijna) alle dagen is er een dienst op de locaties die vroeg begint, tot in de middag duurt en wordt overgenomen door een ander teamlid tot het einde van de dag zodat er niet wordt afgeweken van de 3 uurs regeling, er voldoende begeleiding is voor de kinderen en de teamleden niet alleen zijn in het gebouw.

Mentorschap en observeren

Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. De mentor is het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken. In de buitenschoolse opvang is de mentor ook het aanspreekpunt voor het kind.
In het ouderportaal wordt vermeld wie de mentor is van het kind.

Een verschil tussen dagopvang en buitenschoolse opvang is dat in de dagopvang de mentor verplicht is periodiek de ontwikkeling en welbevinden van het kind met de ouders te bespreken. In de buitenschoolse opvang hoeft dat alleen als dat gewenst is.

Een mentor aanwijzen

Om de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen, moet de mentor het kind echt kennen. Daarom is de mentor direct betrokken bij de opvang en ontwikkeling van het kind. De mentor is één van de pedagogisch medewerkers van de groep waarin het kind geplaatst is. De ouders worden op de hoogte gebracht wie de mentor van hun kind is, dit wordt ook vermeld in het ouderportaal. Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders en zorg coördinator SKF).

Individuele behoeftes van het kind

Door het volgen van de ontwikkeling van het kind sluiten pedagogisch medewerkers aan op de individuele behoeften van een kind. Tevens kan er door overleg met ouders worden afgestemd hoe aan wensen en behoeften van het kind tegemoet kan worden gekomen.
De combinatie van ontwikkelingsgericht werken en de inzet van een mentor maakt dat belangrijke ontwikkelstappen en mogelijke achterstanden, worden gevolgd en indien nodig tijdig gesignaleerd.

Observeren

Bij ontwikkelingsgericht werken hoort een goede observatie van de ontwikkeling van het kind op verschillende ontwikkelterreinen. Met het inzicht wat hiermee opgedaan wordt, kan worden afgestemd hoe kinderen het beste begeleid en gestimuleerd kunnen worden in hun ontwikkeling. Daarom wordt in het pedagogisch beleidsplan van Stichting Kinderopvang Flevoland met dagopvang opgenomen hoe kinderen gevolgd worden in hun ontwikkeling en hoe daarbij naar een doorlopende ontwikkellijn met het basisonderwijs en de buitenschoolse opvang wordt gestreefd. Er is specifieke aandacht voor het signaleren van bijzonderheden in de ontwikkeling van het kind of problemen, en het eventueel doorverwijzen van ouders naar passende instanties voor verdere ondersteuning.

Overdracht

Op dit moment gebruiken we het document Peuter Inzicht als overdrachtsformulier naar de basisscholen.

Bij Stichting Kinderopvang Flevoland zitten de groepen 0-12 jaar onder 1 dak.
Voor de kinderen die overgaan naar de BSO wordt er een wen periode bepaald (zie wenprocedure) en is er een warme overdracht van het kind.

Observatieformulier

Voor de kinderen van de BSO is er een observatieformulier die vooral gericht is op welbevinden.
Achterstanden in de ontwikkeling zullen op de scholen eerder worden geconstateerd.
Opvallend gedrag wordt besproken met de zorg coördinator en daarna besloten of dit met ouders wordt besproken en na toestemming eventueel met school of hulpverlening.
Het observatieformulier wordt 1x per jaar ingevuld bij de buitenschoolse opvang.
Alleen als het nodig is wordt er een gesprek met de ouders/verzorgers gepland.

Voor de kinderen 0-4 jaar is een observatieformulier (uk en puk) waarbij er de mogelijkheid is om 5 x in 4 jaar te observeren.

De observatiemomenten zijn in leeftijd van het kind als volgt verdeeld:
Blauw baby
ongeveer 7 maanden
Oranje Dreumes
1 jaar en 7 maanden
Geel Begin peuterperiode
2 jaar en 4 maanden
Roze midden peuterperiode
3 jaar
groen einde peuterperiode
3 jaar en 7 maanden
Bij de leeftijd 3 jaar en 11 maanden wordt er het document Peuter Inzicht ingevuld als overdracht naar het basisonderwijs.

De ontwikkelingsgebieden die geobserveerd worden zijn:
taal
rekenen
motoriek
sociaal-emotionele ontwikkeling

Ouders/verzorgers kunnen ervoor kiezen om de ingevulde observatieformulieren te overhandigen aan het basisonderwijs.

Bij de groep 0-4 jaar wordt er na een observatie een verslag gestuurd via het ouderportaal zodat er bij vragen de observatie met de ouders/verzorgers besproken kan worden met de mentor.
Op verzoek van de ouders mogen ze het observatiemapje mee naar huis nemen, schrijf dan goed op wie het mee heeft en spreek ook een datum af wanneer het retour moet zijn.
Als blijkt uit de observaties dat er een achterstand is of bijzonderheden zijn kan er samen met de ouders/verzorgers worden besproken wat de vervolgstappen zullen zijn.
Er wordt dan besproken welke stappen de ouders/verzorgers zelf kunnen ondernemen of wat wij vanuit Stichting Kinderopvang Flevoland kunnen betekenen.
De pedagogisch medewerksters kunnen bekijken of er in de groep extra mogelijkheden kunnen worden aangeboden of dat het beter is dat er gespecialiseerde hulp wordt ingeschakeld.
Dit alles na overleg met de zorg coördinator van Stichting Kinderopvang Flevoland.

De instanties waar naar doorverwezen kan worden:
Huisarts
0-4 jaar consultatiebureau
4-12 jaar GGD jeugdverpleegkundige
Logopedie
Kentalis
Integrale vroeghulp
overleg met de intern begeleider van de basisschool

Overdracht naar basisschool

Op de leeftijd van 3 jaar en 11 maanden wordt het boekje PeuterInzicht ingevuld.
Dit boekje wordt na ondertekening van ouders op school afgegeven.
Als er een warme (persoonlijke) overdracht gewenst is gaat de zorg coördinator in gesprek met ouders en school.
Het kan de keus zijn van de ouders om het overdrachtsformulier PeuterInzicht niet te ondertekenen, dit betekent dat de ouders geen toestemming geven om informatie over het kind te delen met de basisschool.

Toevoeging pedagogisch beleid 24 november 2015
Visie en doel leesbevordering
Visie

Voorlezen is niet alleen leuk maar kan een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van een kind. Jonge kinderen leren veel van voorlezen. In de eerste plaats is voorlezen heel goed voor de taalontwikkeling. Kinderen leren nieuwe woorden tijdens het voorlezen en ze leren hoe een goede zin opgebouwd is. Door met het kind te praten over het boek, wordt het kind gestimuleerd actief met taal aan de slag te gaan.

In de tweede plaats leren kinderen goed luisteren en concentreren wanneer ze voorgelezen worden. Voorlezen stimuleert de fantasie van het kind.
Afhankelijk van het onderwerp van het boek leert het kind ook veel over de wereld om zich heen, waardoor hij/zij meer grip krijgt op de directe wereld om zich heen. Voorlezen over een onderwerp waar het kind op dat moment erg mee bezig is (angst, dood, ziekenhuisopname etcetera) kan ook steun bieden en een goede manier zijn om met het kind in gesprek te komen over deze onderwerpen.

Het gevoel van veiligheid dat kinderen krijgen, het plezier dat kinderen beleven aan het voorlezen en de exclusieve aandacht die ze krijgen tijdens het voorlezen, zijn van belang voor de ontwikkeling van het kind. Het samen lezen van een boek kan helpen rust en regelmaat te brengen. Kinderen komen tot rust tijdens het voorlezen. Door op vaste tijden voor te lezen kan er regelmaat en vaste structuur in de dag geboden worden.

Doel

Het ontwikkelen van een veilige omgeving waar taal en lezen voorop staan door:

  • Kinderen regelmatig voor te lezen, daardoor ontstaat op een moment bij kinderen de wens zelf te leren lezen.
  • Kinderen leren omgaan met boeken, ontdekken dat geschreven taal een functie heeft en dat er een verband bestaat tussen gesproken en geschreven taal.
  • Het woordenschat vergroten.
  • Dat kinderen plezier hebben in het verhaal en in de sfeer eromheen.
  • De fantasie stimuleren.
  • Kinderen leren luisteren en zich concentreren op een verhaal.
  • Bevordering van taalontwikkeling.
  • Wereldbeeld vergroten.
  • Leren in te leven in leef-ervaringswereld van een ander.
  • Het verwerken van situaties waar het kind op dat moment mee bezig is.
Beleid afname extra dagdelen

De ouders/verzorgers hebben een contract afgesloten voor de kinderopvang met de dagen beschreven waar de ouders/verzorgers gebruik van willen maken voor het kind.

Door omstandigheden kan het voorkomen dat de ouders/verzorgers graag willen dat een kind extra dagdelen komt buiten de contract uren.

Er wordt de mogelijkheid geboden om gratis dagdelen te ruilen met een maximum van 3 ruilingen per kalenderjaar.
Daarnaast is er de mogelijkheid om extra dagdelen af te nemen.

De procedure is als volgt:

  • ouders/verzorgers informeren of de mogelijkheid er is via het ouderportaal.
  • De planner gaat kijken op de stamgroep of daar mogelijkheid is voor extra opvang.

Zo ja: ouders/verzorgers krijgen de mogelijkheid om er gebruik van te maken. Ouders/verzorgers krijgen een akkoord in het ouderportaal met de gewenste dag. Dit wordt verwerkt op de maandelijkse factuur. (tenzij het een ruiling is)
Zo nee: er wordt op dezelfde locatie in een andere groep gekeken of daar mogelijkheid is voor extra opvang. Als dat kan volgt dezelfde procedure als bovenstaande.
Tegen de ouders wordt vermeld dat er extra opvang kan plaatsvinden in een andere groep.
Zo nee: als het met het kindaantal en teamleden niet mogelijk is om extra kinderopvang aan te bieden wordt tegen de ouders/verzorgers gezegd dat het helaas niet mogelijk is.

Beleid 3-uursregeling Stichting Kinderopvang Flevoland per 01-01-2018

Per 01 januari 2018 wordt de wet kinderopvang (IKK)gewijzigd betreffende de 3 uurs regeling.
De 3 uurs regeling betreft een afwijking van 3 uur per dag van het aantal pedagogisch medewerksters en het aantal kinderen die aanwezig zijn.

De richtlijnen zijn:
Kinderen 0 jaar:
3 kinderen per beroepskracht
Kinderen 1 jaar:
5 kinderen per beroepskracht
Kinderen 2 jaar:
8 kinderen per beroepskracht
Kinderen 3 jaar:
8 kinderen per beroepskracht
Kinderen van 4 t/m 7 jaar
10 kinderen per beroepskracht
Kinderen van 4 t/m 12 jaar
11 kinderen per beroepskracht
Kinderen van 7 t/m 12 jaar
12 kinderen per beroepskracht
Dit wordt de BKR genoemd. (beroepskracht-kindratio)

Bij verschillende samenstelling van de leeftijd van de kinderen kan de BKR anders zijn, dit kunnen we berekenen op 1ratio.nl en in onze digitale omgeving op de tablets.

Stichting Kinderopvang Flevoland regelt de 3 uurs regeling als volgt:

De officiële openingstijden zijn tussen 7.30 uur en 18.30 uur.
Bij Stichting Kinderopvang Flevoland kennen we in de ochtend een extra uur opvang alleen voor de ouders/verzorgers die dit nodig hebben/aangevraagd hebben.
Dit is een extra service voor ouders/verzorgers die anders te laat op het werk/school zijn als de kinderopvang later begint.
De dienst van de voorschoolse opvang BSO verzorgt dit eerste uur als hiervoor kinderen zijn aangemeld.
Op de locatie De Flierefluiter en De Vrijbuiter begint de tweede dienst om 7.00 uur. De tweede dienst neemt de kinderen van 4 jaar en ouder mee naar De Vrijbuiter.
Op de locatie in Espel begint de eerste dienst vroeger en wordt dit opgelost met een late dienst in de BSO.
In dit uur extra is er geen afwijking in de BKR.
Er wordt (mogelijk) afgeweken van de BKR op de volgende tijden:
Van 7.30 uur -8.00 uur (binnenkomst)
Van 12.30-14.30 uur ( lunch team)
Van 17.30-18.00 uur (vertrek)
Na 18.00 uur is er geen afwijking in de BKR

Inzet stagiaires en vrijwilligers Stichting Kinderopvang Flevoland

Stichting Kinderopvang Flevoland biedt van verschillende opleidingsniveaus een leerplaats voor stagiaires.
Dit wordt aangeboden om leerlingen van scholen te laten kennismaken met het werkveld kinderopvang en leerlingen op te leiden tot pedagogisch medewerker niveau 3 of 4.

Wij bieden personen die naar school gaan voor een integratie traject een vrijwilligersplaats om de Nederlandse taal te kunnen leren.
De personen met een integratie traject kunnen de Nederlandse taal en cultuur leren kennen.

In de huishoudelijke dienst wordt er een werkplek geboden als dagbesteding.
Deze dagbesteding is een speciale aanvraag waarbij vooral de sociale contacten voorop staan.

Ons doel is om een (mini) maatschappij binnen de kinderopvang te creëren waarbij iedereen welkom is en kan leren van elkaar.

Er mag maximaal 1 stagiaire of vrijwilliger per groep, per dag ingepland worden.
Dit is besloten om het leerproces van personen op deze manier optimaal aandacht te kunnen geven.

Verschillende stages
  • MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 3 en 4 (BOL)
  • MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 4 na afronding niveau 3(BBL)
  • MBO opleiding niveau 1 en 2 en maatschappelijk stage vanuit middelbaar onderwijs

Er wordt een praktijkovereenkomst getekend.
Na de koppeling van de VOG in het personenregister kinderopvang kan er gestart worden met de stage. (stage-uren boven de 60 uur)

MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 3 en 4 (BOL)

Nadat er een sollicitatieprocedure is gevolgd door de stage coördinator wordt er een praktijkbegeleider toegewezen aan de stagiaire.
De praktijkbegeleider en stagiaire plannen een kennismakingsgesprek waarbij besproken wordt hoe lang de stageperiode gaat duren, wat de startdatum is en wat de werktijden zijn.
Stagiaires worden 7 uur per dag ingepland op de groep, daarnaast hebben ze de mogelijkheid om thuis of op het stageadres verslagen te maken.
Stagiaires zijn zelf verantwoordelijk voor het leerplan, ze krijgen opdrachten vanuit school waarbij het initiatief voor het voltooien van de opdrachten bij de leerling zelf ligt.
Zijn er problemen met het voltooien van (schriftelijke of praktijk) opdrachten dan meld de praktijkbegeleider dit bij de stage-coördinator waarna een gesprek wordt gepland met betreffende stagiaire. Daarnaast wordt er contact opgenomen met school om te bespreken hoe de stage op de juiste manier kan worden uitgevoerd of mogelijk wordt beëindigt.

De praktijkbegeleider en de stagiaire maken afspraken met school betreffende evaluatiegesprekken en proeves van bekwaamheid.

Taken en verantwoordelijkheden stagiaires

Stagiaires van een BOL opleiding zijn boventallig en worden niet als pedagogisch medewerkster ingezet.
Uitzonderingen volgens het CAO kinderopvang kunnen zijn; het incidenteel vervangen van de vaste groepsleiding in geval van ziekte en in vakantie bij ziekte van een pedagogisch medewerker;
tijdens schoolvakanties van de student.
Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • De student mag nooit alleen op de groep staan behalve tijdens pauzes;
  • De MBO-student mag niet worden ingezet tijdens het eerste leerjaar; en
  • De MBO-student kan uitsluitend worden ingezet op de eigen stagelocatie.

Als stagiaire zijn de taken het ondersteunen van de begeleiding en verzorging van kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar, zowel individueel als in groepsverband op het kinderdagverblijf of bij de buitenschoolse opvang waarbij de volgende taken kunnen voorkomen:

  • Ondersteunen in het creëren van een warme, veilige en schone omgeving.
  • Ondersteunen met spel- en knutsel activiteiten (binnen en buiten)
  • Aandacht verdelen over de kinderen individueel en in groepsverband
  • Ondersteunen met verschonen en zindelijkheid
  • Ondersteunen met kinderen naar brengen en uit bed halen
  • Huishoudelijke taken op de groep verrichten

Bij de buitenschoolse opvang mogen stagiaires wel mee naar school om kinderen te brengen/halen maar zullen nooit alleen naar de scholen gaan.

MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 4 na afronding niveau 3 (BBL).

Nadat personen een opleiding pedagogisch medewerker niveau 3 hebben afgerond kiezen sommigen ervoor om door te leren voor niveau 4.
Deze stagiaires beschikken over het diploma pedagogisch medewerker niveau 3 en worden formatief ingezet.
Ze zijn ook medewerkers van stichting Kinderopvang Flevoland en hebben een arbeidsovereenkomst volgens CAO Kinderopvang.

Er wordt een arbeidsovereenkomst afgesloten en een minimum (16) aantal uren ingepland of ze mogen in eigen tijd de benodigde uren voor de opleiding boventallig op een groep staan mocht de BKR al voldoen.
Er wordt een praktijkbegeleider toegewezen met minimaal diploma niveau 4.
De praktijkbegeleider en stagiaire plannen een kennismakingsgesprek waarbij besproken wordt hoe lang de stageperiode gaat duren en wat de startdatum is.
Werknemers/stagiaires worden geacht op eigen initiatief de opdrachten te voltooien waarbij de praktijkbegeleider een begeleidende rol speelt.
Werknemers/stagiaires kunnen eigen tijd inplannen naast de uren op het werkrooster om de opdrachten te voltooien.
Zijn er problemen met het voltooien van (schriftelijke of praktijk) opdrachten dan meld de praktijkbegeleider dit bij de stage- coördinator waarna een gesprek wordt gepland met betreffende stagiaire. Daarnaast wordt er contact opgenomen met school om te bespreken hoe de stage op de juiste manier kan worden uitgevoerd of mogelijk wordt beëindigt.

De praktijkbegeleider en de stagiaire maken afspraken met school betreffende evaluatiegesprekken en proeves van bekwaamheid.

Er wordt een praktijkovereenkomst getekend.
Na de koppeling van de VOG in het personenregister kinderopvang kan er gestart worden met de stage/werkzaamheden.

Taken/Functieomschrijving pedagogisch medewerker (CAO kinderopvang)

Kinderen begeleiden
  • Begeleidt kinderen, zowel in groepsverband als in individueel opzicht.
  • Schept een situatie binnen de groep waarin kinderen zich veilig voelen en stimuleert kinderen, door middel van uitvoering van het pedagogisch beleidsplan, zich verder te ontwikkelen.
  • Begeleidt kinderen bij de dagelijkse voorkomende bezigheden.
  • Organiseert activiteiten gericht op ontwikkeling.

Resultaat:
Kinderen begeleid gedurende de met de ouders/ verzorgers afgesproken periode, zodanig dat zij volgens het pedagogisch plan zich ontwikkelen, opgevoed en gestimuleerd worden.

Draagt zorg voor de dagelijkse verzorging van kinderen.

Resultaat:
Kinderen verzorgd gedurende de met de ouders/ verzorgers afgesproken periode, zodanig dat zij schoon zijn en gevoed worden volgens geldende hygiëne-eisen en afspraken met de ouders.
Informatie uitwisselen over kinderen en werkzaamheden.

Houdt de ontwikkeling van kinderen bij en rapporteert of informeert hierover (periodiek) het hoofd.

  • Informeert bij kennismaking de ouders/ verzorgers over de gang van zaken binnen de groep.
  • Draagt zorg voor een goed (periodiek) contact met ouders/ verzorgers en informeert naar specifieke aandachtspunten (dagritme, voeding e.d.) en bijzonderheden van de op te vangen kinderen, ook bijvoorbeeld in de vorm van ouderavonden.
  • Onderhoudt in het geval van schoolgaande kinderen contact met de betreffende scholen.
  • Stemt met collega’s af over de dagindeling en de verdeling van de werkzaamheden en draagt mede zorg voor een goede samenwerking en voor een goede overdracht.
  • Neemt gebruikelijk deel aan werkoverleg.

Resultaat:
Informatie uitgewisseld, zodanig dat zowel de ouders/ verzorgers, de leidinggevende als de pedagogisch medewerkers beschikken over de voor de verzorging en begeleiding relevante informatie, cao-zodat het betreffende kind/ de betreffende kinderen zo optimaal mogelijk opgevangen kan/ kunnen worden.

Ruimten en materiaal beschikbaar houden.

Verricht licht huishoudelijke werkzaamheden in de groep en draagt mede zorg voor het beheer, de aanschaf en de hygiëne en goede staat van de inventaris.
Onder licht huishoudelijke werkzaamheden worden die huishoudelijke werkzaamheden verstaan die voortvloeien uit of samenhangen met het werken met kinderen.

Resultaat:
Een schone ruimte en een goed verzorgde inventaris, zodat kinderen in een schone en veilige omgeving opgevangen kunnen worden.

Deskundigheid bevorderen

Begeleidt en instrueert, indien op de groep aanwezig, pedagogisch medewerkers in ontwikkeling(niveau 3), groepshulpen, MBO-student-werknemers en stagiaires en rapporteert hierover periodiek aan het hoofd.

Resultaat:
Deskundigheid bevorderd, zodanig dat pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (niveau 3), groepshulpen, MBO-student-werknemers en stagiaires zo goed mogelijk ingezet kunnen worden op de groep en (indien van toepassing) in staat gesteld worden hun leerdoelen te behalen.

Stages niveau 1 en 2 en maatschappelijks stages

Als niet alle stageplaatsen zijn ingevuld door niveau 3 en 4 komt er ruimte voor stage-aanvragen van niveau 1,2 en maatschappelijke stages.
Deze personen zijn altijd boventallig.
Deze stages hebben als doel om personen de kans te geven om te kijken wat het werkveld Kinderopvang te bieden heeft als werkomgeving en wat het betekent om deel te nemen aan het arbeidsproces.
De stage-coördinator wijst een praktijkbegeleider aan, deze gaat in de praktijk beoordelen wat deze personen mogen uitvoeren op de groep. Dit gebeurt op een individuele basis.
Opdrachten van school worden op initiatief van de leerlingen uitgevoerd.
Over het algemeen komen de stagiaires van de maatschappelijke stages voor een korte periode of voor een langere periode 1 dag in de week.
De taken zijn vooral gericht op het individuele contact met kinderen, leren omgaan met werkzaamheden.
De stages niveau 1 en 2 kunnen voor een langere periode zijn (tot 1 schooljaar) waarbij de praktijkbegeleider per persoon kan bekijken wat binnen zijn/haar mogelijkheden ligt. De praktijkbegeleider of aanwezige pedagogisch medewerkers zal ten alle tijden verantwoordelijk zijn en altijd een begeleidende rol spelen.

Taken
  • Ondersteunen bij schoonmaakwerkzaamheden op de groep.
  • Individueel aandacht geven aan kinderen onder toeziend oog van de pedagogisch medewerker.
  • Leren door te doen, leren wat het inhoud om op de werkvloer te zijn en deel te nemen aan het arbeidsproces.
Integratietraject

Vanuit de gemeente Noordoostpolder krijgen wij soms de vraag of er een vrijwilligersplek beschikbaar is voor een integratie traject Nederlandse taal.
Om de Nederlandse taal en cultuur te leren wordt er indien mogelijk een plek toegewezen.
De stage-coördinator bekijkt of er een plek beschikbaar is.
Het team van de groep zorgt voor de begeleiding.
Deze personen zijn altijd boventallig.

Er wordt gebruik gemaakt van een vrijwilligersovereenkomst.
Na de koppeling van de VOG in het personenregister kinderopvang kan er gestart worden met het traject.

Taken
  • Gesprekjes met de kinderen voeren
  • Kinderen voorlezen uit kinderboeken
  • Gesprek aangaan met het team
  • Bekijken hoe de dag verloopt/ Nederlandse cultuur ervaren
Dagbesteding huishoudelijke dienst

Momenteel is er 1 persoon bij ons als dagbesteding vanuit Kleurkracht te Emmeloord, 6 uur per week verdeeld over 2 middagen.
Dit om sociale contacten te onderhouden en andere werkzaamheden te verrichten die ze doorgaans doet bij haar vaste dagbesteding bij Kleurkracht.
Zij wordt vanuit Kleurkracht begeleidt en haar aanspreekpunt bij Stichting Kinderopvang Flevoland is het hoofd huishoudelijke dienst.

Dit persoon is gekoppeld met haar VOG in het personenregister kinderopvang.

Taken
  • Ondersteunen bij de afwas en de was
  • Fruit hapjes maken voor de babygroep met de keukenmachine
  • Ondersteunen bij het geven van fruithapjes, onder begeleiding van de pedagogisch medewerker