nl nl nl

Pedagogische beleidsplan 4-12

Pedagogisch beleidsplan Stichting Kinderopvang Flevoland
Buitenschoolse opvang (BSO). (gewijzigd oktober 2021)

Werkwijze van de stamgroep
Kinderen vanaf 4 jaar tot en met 12 jaar zijn welkom bij de BSO
Buitenschoolse opvang is de verzamelnaam voor voorschoolse opvang, naschoolse opvang en vakantieopvang.
Deze 3 soorten kinderopvang zijn in verschillende pakketten of afzonderlijk aan te vragen door de ouders/verzorgers.

Wij gaan uit van de Gordon methode in de omgang met kinderen.
In het kort de aandachtspunten van de Gordon methode:

  • Het gedragsraam: daarmee kijk je naar het gedrag van je ander en jezelf. Het helpt je om te bepalen waar het probleem nu precies ligt.
  • Actief luisteren: tegenover je gesprekspartner herhalen wat hij gezegd heeft en checken of dat klopt. Bijvoorbeeld: 'Dus je zegt dat ...' of ' Bedoel je dat ...?'
  • Ik-boodschappen: die gebruik je om op een assertieve manier te communiceren en je eigen grenzen aan te geven, van verklarend tot vriendelijk en confronterend. Bijvoorbeeld: 'Ik zie dat je ...' of 'Ik vind jouw gedrag ...'
  • Overschakelen: in emotioneel heftige situaties moet je kunnen overschakelen van actief luisteren naar ik-boodschappen.
  • Conflicten oplossen: zowel waarde-conflicten als behoefte-conflicten zijn op te lossen.

Dit betekent dat we op een respectvolle manier de kinderen benaderen, vooral positieve aandacht geven en negatief gedrag niet benadrukken.
Conflicten (bv.2 kinderen willen allebei hetzelfde speelgoed) zoveel mogelijk door de kinderen zelf laten oplossen als de situatie dit toelaat.
Het wordt niet geaccepteerd dat de kinderen elkaar pijn doen, zowel fysiek als mentaal, als kinderen dit doen leggen we uit dat dit niet de goede manier is om met boosheid om te gaan.
Het is belangrijk om te luisteren om te ontdekken wat ze echt bezig houdt en daar op inspelen.

Maximale omvang van de groep

De Vrijbuiter
De Vrijbuiter heeft 5 lokalen.
Sluis 13
maximaal 13 kinderen
Blauwe keet
maximaal 12 kinderen
Roodbuis
maximaal 13 kinderen
Beerenbos
maximaal 13 kinderen
Slangenburg
maximaal 12 kinderen

In de ochtend bij het opstarten wordt het lokaal Sluis 13 gebruikt, als het tweede teamlid er is wordt er een onderbouw lokaal geopend.
Indien nodig wordt er nog een derde lokaal geopend.
In vakantieperiodes wordt bekeken hoeveel kinderen er komen en aan de hand van de aantallen wordt er bepaald hoeveel lokalen er worden geopend.

Bij het afsluiten wordt het lokaal Sluis 13 gebruikt.

Dagelijks wordt er bekeken hoeveel kinderen er zijn aangemeld/afgemeld. Daar wordt het aantal teamleden op aangepast en de hoeveelheid lokalen wat wordt geopend.

De kinderen hebben een stamgroep waarop ze zijn ingedeeld, te zien in het tablet.
Indien mogelijk mogen de kinderen zelf kiezen waar ze gaan spelen met in acht neming van het maximaal aantal kinderen in een groep.
Er is een themalokaal sport en een themalokaal handenarbeid. De andere 3 lokalen zijn meer geschikt voor rustigere speelactiviteiten, spelletjes of een kleinere knutselactiviteit aan tafel.
Daarnaast is er altijd de mogelijkheid om buiten te spelen als de weersomstandigheden dit toelaten. 4 lokalen hebben een directe toegang vanuit het lokaal naar de buitenspeelplaats.

We maken gebruik van flexibele stamgroepen. Dit heeft te maken met de wisselende samenstelling per dag en het aantal kinderen. Groepen kunnen geclusterd/verdeeld worden naar het aantal kinderen en aantal teamleden zodat er geen afwijking in de BKR ontstaat. (BKR = beroepskracht-kind ratio)

De Kornuiten
Bij De Kornuiten zijn momenteel 2 groepen.
Het roer
maximaal 14 kinderen
Voorpiek
maximaal 16 kinderen

Voorheen werden de lokalen op de bovenverdieping gebruikt, er zijn nu een aantal lokalen op de benedenverdieping niet in gebruik waardoor deze lokalen nu gebruikt worden voor de BSO.

In de ochtend bij het opstarten wordt de groep Het Roer gebruikt. Bij het afsluiten aan het eind van de dag wordt dit lokaal ook gebruikt.

De kinderen hebben een stamgroep waarop ze zijn ingedeeld, te zien in het tablet.
Indien mogelijk mogen de kinderen zelf kiezen waar ze gaan spelen met in acht neming van het maximaal aantal kinderen in een groep.
We maken gebruik van flexibele stamgroepen. Dit heeft te maken met de wisselende samenstelling per dag en het aantal kinderen. Groepen kunnen geclusterd/verdeeld worden naar het aantal kinderen en aantal teamleden zodat er geen afwijking in de BKR ontstaat. (BKR = beroepskracht-kind ratio)

Naast het lokaal Het Roer zit een deur die direct toegang geeft tot de buitenspeelplaats.
Daardoor is er altijd de mogelijkheid om buiten te spelen als de weersomstandigheden dit toelaten.

Het lokaal het Roer is geschikt voor alle leeftijden maar iets meer gericht op de kinderen ouder dan 7 jaar.
Het lokaal De Voorpiek is iets meer gericht op de jongere kinderen met mogelijkheden voor spelen met een keukentje, garages, verkleedkleren.
Daarnaast zijn er allerlei materialen in de kast beschikbaar om een activiteit aan tafel te doen zoals spelletjes, puzzels, knutselmaterialen.

De Buitenfluiter

Bij De Buitenfluiter is er verticale groep, er worden 11 kinderen begeleid per pedagogisch medewerker met een maximale groepsomvang van 20 kinderen.

Er zijn deuren in het lokaal naar de buitenspeelplaats, zodat buiten spelen altijd mogelijk is.
Er zijn verschillende speelmaterialen voor alle leeftijden beschikbaar in het lokaal.

De Springbuiter

Bij De Springbuiter is er verticale groep, er worden 11 kinderen begeleid per pedagogisch medewerker met een maximale groepsomvang van 20 kinderen.
Er is zijn verschillende themahoeken ingericht passend bij de verschillende leeftijden.

De kinderen spelen in hun eigen ruimte. Momenten waarop ze het lokaal verlaten zijn:

  • als ze de jas pakken in de gang.
  • met buiten spelen.
  • als ze naar het toilet gaan.
  • Als ze graag willen spelen in een ander lokaal
  • Bij locatie De Buitenfluiter staat een glijbaan/speelhuis in de gang waar de kinderen mogen spelen.
Bij de buitenschoolse opvang gaan de kinderen vaak buiten spelen, de jassen hangen in de gang, de toiletten zijn in de gang.

Bijzonderheden van de kinderen worden bij het brengen en halen verteld door de ouders en het team.
Daarnaast maken we gebruik van een logboek en tablet.

We schrijven in het logboek de bijzonderheden die de ouders vertellen. In het tablet staat of een kind is aan/afgemeld, of een kind een medicijn moet gebruiken. Bijzonderheden betreffende allergieën, diëten, speciale eetgewoontes e.d. worden vermeld door ouders/verzorgers op het inschrijfformulier en daarna bij kind notities in het tablet gezet.
Er is 1x per jaar een centrale vergadering. Informatie wordt gedeeld via e-mail of app.
Per jaar wordt er een planning gemaakt voor de vergaderingen.

Veiligheid leidster kind interactie
Er zijn op vaste dagen vaste pedagogisch medewerkers dit is vooral belangrijk voor de kinderen zodat ze in een vertrouwde omgeving kunnen spelen, ook voor de ouders is het belangrijk zodat ze weten wie ze kunnen aanspreken.
Als er een teamlid ziek is of vrij wordt er vervanging geregeld, er komt een invalkracht of een teamlid uit het vaste team.
De pedagogisch medewerkers die op invalbasis werken zijn gewend om op alle groepen in te vallen en zijn bekend bij de kinderen.
De regel is dat er 1 pedagogisch medewerker per groep op verlof mag zodat er altijd een vast en vertrouwd teamlid aanwezig is.

Sfeer
De stichting vindt de sfeer in de opvang heel belangrijk, we zijn open naar de kinderen en naar de ouders.
De kinderen en de ouders horen hier een plek te hebben waar ze vol vertrouwen naar toe gaan.

Er is een ouderraad waar ouders zitting in kunnen nemen.
De ouderraad heeft als doel:

  • De belangen van het kind en ouder van de kinderopvang zo goed mogelijk te behartigen en de ouders te vertegenwoordigen.
  • De wensen van ouders voor de opvang te realiseren door invloed uit te oefenen op diverse onderdelen van het beleid.
  • Te adviseren betreft de kwaliteit.
  • Het behartigen van de belangen van ouders bij de directie.

Het contact met de directie is laagdrempelig, iedereen kan even bij Joke langs lopen met vragen of opmerkingen.

Werkplan voor en naschoolse opvang
Er zijn geen vaste breng - en ophaaltijden.

6:30 - 8:15
Ontvangst van de kinderen.

7:30 - 8:45
Kinderen kiezen zelf waar ze mee gaan spelen.

8:15 - 8:45
De kinderen naar school brengen.

11:45 - 12:30
De kinderen van school halen.

12:30 - 13:00
Brood eten, daarna lekker spelen.

14:00 - 15:30
De kinderen van school halen.

15:30 - 16:00
Fruit eten of ontbijtkoek en drinken.

16:00 - 18:30
Spelen / activiteiten.

Om ongeveer 17.00 uur krijgen de kinderen een koekje en evt. wat drinken. De kinderen worden gehaald, het team. Informeert de ouder/verzorger over het kind en de gebeurtenissen van de dag.

Werkplan vakantie opvang
Er zijn geen vaste breng - en ophaaltijden.

6:30 - 9:30
Ontvangst van de kinderen.
Ons team besteedt veel aandacht aan het kind en de ouder/verzorger.
Er wordt informatie uitgewisseld over het kind, bijv. speciale gebeurtenissen.

7:30 - 8:45
Kinderen kiezen zelf waar ze mee gaan spelen.

9:30
Fruit eten en drinken, daarna lekker spelen of een activiteit.

12:00 - 12:30
Brood eten.

13:00
Vertrek van de kinderen die alleen ‘s morgens de buitenschoolse opvang bezoeken.
Ontvangst van de kinderen die alleen ‘s middags de buitenschoolse opvang bezoeken, daarna lekker spelen/ activiteit.

15:00 - 15:30
Fruit of ontbijtkoek eten en drinken, daarna spelen.

Om ongeveer 17.00 uur krijgen de kinderen een koekje en evt. wat drinken. De kinderen worden gehaald, het team informeert de ouder/verzorger over het kind en de gebeurtenissen van de dag.

Geregeld wordt de kinderen een thema aangeboden. Ze kunnen natuurlijk hun eigen inbreng hierin leveren.

Aandacht voor de aanwezigheid van leeftijdgenootjes

De Vrijbuiter

Bij De Vrijbuiter zijn er 5 lokalen waarbij er voor alle leeftijden mogelijkheden zijn voor spel/spelen, sport, handenarbeid of buitenspelen.
Er zijn 2 lokalen meer gericht op de leeftijd van 4-7 jaar, en 2 lokalen meer gericht op 7-12 jaar, het sportlokaal is voor alle leeftijden geschikt.
Op de drukkere dagen is ervoor gekozen om de kinderen meer op leeftijd bij elkaar te laten spelen hoewel ze de vrijheid hebben om ergens anders te mogen spelen als daar de mogelijkheid voor is.


De Kornuiten

Bij de Kornuiten zijn 2 lokalen waarvan 1 lokaal meer gericht is op de leeftijd 4-7 jaar en het andere lokaal wat meer gericht is op 7-12 jaar.
Op de drukkere dagen is ervoor gekozen om de kinderen meer op leeftijd bij elkaar te laten spelen hoewel ze de vrijheid hebben om ergens anders te mogen spelen als daar de mogelijkheid voor is.


De Buitenfluiter

De Buitenfluiter heeft 1 lokaal beschikbaar voor de leeftijd van 4 -12 jaar. De aanmeldingen zijn bepalend voor de hoeveelheid leeftijdsgenoten in de groep.
Er is een aanbod van verschillende activiteiten in de groep voor de verschillende leeftijden.


De Springbuiter

De Springbuiter heeft 1 lokaal beschikbaar voor de leeftijd van 4 -12 jaar. De aanmeldingen zijn bepalend voor de hoeveelheid leeftijdsgenoten in de groep.
Er is een aanbod van verschillende activiteiten in de groep voor de verschillende leeftijden.


Kinderen die nieuw komen, wennen in overleg met de ouders in de periode voordat ze echt geplaatst worden. In samenspraak met ouders/verzorger wordt dan een datum en tijd afgesproken om het kind in hun eigen groep te laten wennen. Het hangt van de ouders/verzorgers zelf af of ze bij het kind willen blijven of er voor kiezen om toch het kind alleen te laten wennen. Ouders/verzorgers mogen dit naar eigen wens een aantal keren herhalen zodat het kind zich veiliger zal voelen als het geplaatst wordt.

Aandacht voor de inrichting van de omgeving

Een kind heeft altijd de keus om wel of niet mee te doen met een activiteit afgezien van het fruit en brood eten. De pedagogische medewerker zal de kinderen stimuleren om aan een activiteit mee te doen. Kinderen mogen zelf kiezen waarmee ze willen spelen of gaan knutselen. De ruimte is zo ingericht dat de kinderen altijd kunnen spelen bv de permanente aanwezigheid van een keuken, leeshoek en (spel)computer.
Het spelen kan worden uitgebreid door spelmateriaal wat in de kast staat dit varieert van spelletjes, puzzels, lego, Playmobil, knutselmateriaal en constructiemateriaal. De rol van de pedagogische medewerker bij een activiteit is zeer divers. De ene keer zal ze ervoor kiezen zich op de achtergrond te houden als kinderen samen een activiteit doen, terwijl bij andere activiteiten de rol van de pedagogische medewerker groter zal zijn omdat de activiteit complex is bv. bij een knutselactiviteit of dat het nodig is dat er leiding moet worden gegeven bij bv. een spel.

De interactie met leeftijdsgenoten

Conflicten tussen kinderen worden altijd samen opgelost. Wij werken met de Gordon methode, dus zullen de pedagogisch medewerkers eerst afwachten of de kinderen het probleem zelf oplossen. Is dit niet het geval of is de situatie urgent dan zal de pedagogische medewerker samen met de kinderen het conflict oplossen. Sommige kinderen vinden het erg moeilijk om speelgoed te delen. Wij leggen de kinderen dan uit dat we snappen dat delen erg moeilijk is maar dat op de voor/na/buitenschoolse opvang het speelgoed van iedereen is. Op de voor/na/buitenschoolse opvang merk je dat bepaalde kinderen meer naar elkaar toetrekken en er vriendschappen worden gesloten. Pedagogische medewerkers gaan hier ongedwongen mee om want de kinderen mogen zelf bepalen met wie ze spelen, alleen bij groepsactiviteiten zullen de pedagogisch medewerkers kinderen stimuleren om samen met alle kinderen te spelen. De pedagogisch medewerker heeft ook aandacht voor het individuele kind bij bv. een activiteit als puzzelen, een spel doen of een gesprekje met het kind.

Groepsactiviteiten.

Op een dag zijn er meerdere momenten waarop we groepsactiviteiten doen met de hele groep.
We zitten samen aan tafel voor een broodmaaltijd en eten ‘s middags aan tafel fruit, aan het eind van de dag eten we een koekje met drinken erbij.
Bij deze vaste momenten is het tijd voor de kinderen die iets willen vertellen om zo tot een gesprekje te komen zodat de pedagogisch medewerker inzicht krijgt over wat de kinderen bezig houdt en daarop in kan spelen.
Ook geven we de kinderen de kans die niet uit zichzelf iets vertellen door te vragen.
Kringspelletjes doen we ook met de groep, al is er geen verplichting om mee te doen. We proberen dit wel te stimuleren.
Het gebeurt regelmatig dat we in kleine groepjes werken bij de knutselactiviteiten, spelletjes of puzzelen, dan creëer je de mogelijkheid om meer persoonlijke aandacht aan het kind te geven.

Persoonlijke competentie

In elke ruimte zijn verschillende activiteitenplekken.
Er staat bijvoorbeeld een keukentje, lego en Playmobil tafel, (spel)computer en een rustige hoek met bank.
Naast de vaste groepsmomenten zijn de kinderen vrij om te spelen. Zo kunnen de kinderen bijvoorbeeld samen gaan spelen, of als het weersomstandigheden het toelaten kunnen de kinderen buiten spelen.
In de leefruimte bieden de pedagogisch medewerkers verschillende mogelijkheden, spelletjes uit de kast, een knutselactiviteit of bedenken de kinderen zelf iets.

Dit geldt ook voor het buiten spelen, hier kunnen de kinderen zelf kiezen waar ze mee willen spelen ze kunnen gaan fietsen, met de skeelers, voetballen ed. de pedagogisch medewerker kan activiteiten aanbieden bijv. hutten bouwen en spelletjes doen.
De speelmaterialen zijn afgestemd op de leeftijd van de kinderen waarbij rekening is gehouden met de veiligheid en het ontwikkelingsniveau van de kinderen.
Regelmatig wordt er speelgoed gerouleerd in de groepen zodat er wat anders in de kast ligt en de uitdaging van het spelen wordt gestimuleerd.

Vaardigheden van pedagogisch medewerkers in het uitlokken en begeleiden van spel

Op de groepen wordt gewerkt met vaste medewerkers op vaste dagen.
De pedagogisch medewerkers kennen de kinderen goed en zo kunnen ze inspelen op de karaktereigenschappen van het kind.
De pedagogisch medewerkers weten welke kinderen extravert zijn en welke kinderen introvert, welke kinderen het heerlijk vinden om regelmatig wat extra aandacht te krijgen en welke kinderen daar helemaal geen tijd voor hebben omdat ze het te druk hebben met hun spel, de kinderen die iets meegemaakt hebben en daar vaak en uitvoerig over kunnen vertellen en het kind dat iets vertelt op een rustig moment als je er naar vraagt.

Mentorschap en observeren 2018

Vanaf 01-01-2018 is er voor alle kinderen een mentor aangewezen.
De mentor is een aanspreekpunt voor de ouders en is zichtbaar in de app.
Er wordt gebruik gemaakt van observatieformulieren om de ontwikkeling van kinderen in de gaten te houden.
Bij de BSO wordt er 1x per jaar geobserveerd, tenzij uit de observatie naar voren komt dat meerdere keren observeren wenselijk zou zijn.
Als er geen bijzonderheden naar voren komen uit de observaties wordt er geen gesprek met de ouders gepland.
Als er wel bijzonderheden zijn wordt er in samenwerking met de zorg coördinator gekeken of het nodig is om eventuele extra zorg trajecten in te zetten.
Een voorwaarde om mentor te zijn van een kind is dat het kind in de groep zit waar de mentor pedagogisch medewerkster is.

Er wordt bij de BSO vooral geobserveerd op welbevinden, achterstand op ontwikkelingsgebieden zullen waarschijnlijk op basisschool worden geconstateerd.

Nadat zorgen met ouders/verzorgers zijn besproken kan in overleg met de ouder/verzorger contact worden opgenomen met:

  • De huisarts
  • GGD 4-12 jaar
  • IKntern begeleider van de basisschool
  • Integrale vroeghulp

Het aansluiten op de emoties en leermomenten

Omdat wij met de Gordon methode werken worden emoties van kinderen altijd erkend en serieus genomen en zal de pedagogische medewerker op emoties ingaan om erachter te komen wat daadwerkelijk het probleem is. Het kind kan op verschillende manieren zijn/haar emoties uiten. Het ene kind zal als iets niet lukt reageren door boos te worden en het andere kind uit zich in dezelfde situatie door stil in een hoekje te gaan zitten en/of te gaan huilen. Het is de taak van de pedagogisch medewerkers om het kind te begeleiden naar een oplossing waar vanuit het kind weer verder kan.

Proberen grenzen te verleggen

Sommige kinderen hebben op bepaalde momenten moeite om in een spel of activiteit hun grenzen te verleggen. De pedagogische medewerker zal hier op inspelen door bv. een kind dat niet durft te dansen in een kringspel het kind aan te bieden om samen met de pedagogische medewerker te dansen of evt. met een vriendje of vriendinnetje. Ook kinderen die niet aan een spelletje willen meedoen omdat ze bang zijn om te verliezen leggen we uit dat we snappen dat het niet leuk is om te verliezen maar dat het ook juist ook leuk en spannend is om kijken wie er gaat winnen. Kinderen die niet van vieze vingers houden willen bv. vaak geen verfactiviteit doen. De pedagogische medewerker zal het kind stimuleren om het wel te doen door uit te leggen dat we de handen na de activiteit meteen gaan wassen en er eventueel voor te kiezen een washandje bij het kind neer te leggen zodat hij/zij de handen tussendoor kan afvegen en zo de drempel voor het kind te verkleinen om deel te nemen aan een activiteit.

Het uitbouwen van de talenten van een kind

Bij het uitbouwen van talenten zal de pedagogisch medewerkers door het eerst herkennen van een talent, een kind stimuleren om zijn talent te vergroten door bv. een kind van de onderbouw die goed kan puzzelen een moeilijkere puzzel van de bovenbouw aan te bieden of een kind van de bovenbouw die vol ideeën zit zelfstandig te laten knutselen. Ook vinden we belangrijk het kind positief te blijven benaderen, ook als het een keertje niet zo goed gaat om zo de kinderen te stimuleren om hun talent uit te breiden.

De eigenheid van een kind

De kinderen worden bij binnenkomst begroet met hun naam( hoi Jan wat leuk dat je weer lekker komt spelen!) en als ze naar huis gaan(dag Jan tot de volgende keer!).
Als de kinderen vrij aan het spelen zijn tonen de pedagogisch medewerkers regelmatig belangstelling voor wat het kind aan het doen is, zo kom je achter de belevingswereld van een kind, waar de pedagogische medewerker op in kan spelen.
Natuurlijk wordt het opgemerkt als kinderen nieuwe schoenen, kleding, haardracht e.d. hebben en dat wordt uitvoerig bewonderd.
Als kind een pleister of een schaafplek heeft vraagt de pedagogische medewerker wat er is gebeurt en of het pijn heeft gedaan. Ook aan de activiteiten van de kinderen die buiten de opvang plaatsvinden, wordt aandacht besteedt zoals bv. een logeerpartij of een dierentuinbezoek.

Kinderen samenwerken met leeftijdsgenootjes

De kinderen leren goed samenwerken en delen op de voor/na/buitenschoolse opvang.
We ruimen samen het speelgoed op voordat we aan tafel gaan. We eten samen een broodmaaltijd en ‘s middags fruit of ontbijtkoek. De pedagogisch medewerkers stimuleren de kinderen om samen met speelgoed te spelen maar heeft het kind op dat moment de behoefte om alleen te spelen dan wordt dat gerespecteerd. Als een kind speelgoed heeft wat een ander kind ook graag wil zal dit in overleg met de kinderen opgelost worden.
De kinderen leren zo omgaan met elkaar en om begrip te hebben voor wensen van een ander.

Mogelijkheid tot het maken van normen en waarden

Op de voor/na/buitenschoolse opvang hanteren we regels en omgangsnormen om een veilige en vertrouwde omgeving te creëren. Een paar voorbeelden van regels zijn dat we samen aan tafel eten, elkaar geen pijn doen, elkaar niet uitschelden, binnen niet rennen. Als kinderen de regels overtreden zal de pedagogische medewerker de kinderen op hun gedrag aanspreken en uitleggen waarom het niet mag. Kinderen die door gaan met onacceptabel gedrag krijgen daarna een waarschuwing met de mededeling dat ze bij herhaling een time-out krijgen. Bij goed gedrag krijgen de kinderen een complimentje en wordt er door de pedagogische medewerker verteld waarom ze het complimentje verdienen.

Binnen de Stichting Kinderopvang Flevoland vieren wij de algemene feestdagen zonder in te gaan op geloofsovertuigingen omdat wij alle levensovertuigingen respecteren en toegankelijk zijn voor iedereen.
Eetgewoontes die samenhangen met een bepaald geloof respecteren wij en ouders/verzorgers kunnen dit kenbaar maken op het inschrijfformulier en wordt bij de kind notities genoteerd in het tablet.
Deze informatie wordt op de groep in de kast op een formulier genoteerd zodat een ieder die op de groep werkt op de hoogte is.

De achterwachtregeling

De achterwachtregeling bij calamiteiten op onze locaties zijn.

  • Er kan bij calamiteiten binnen 15 minuten iemand op de locatie zijn.
Buiten de openingstijden van kantoor is de directeur altijd bereikbaar, met vakanties wordt er een telefoonnummer van een staflid in de mail gestuurd die bereikbaar is.

Ondersteuning indien 1 beroepskracht aanwezig is

Het kan voorkomen dat er 1 beroepskracht aanwezig is op een locatie.
Stichting Kinderopvang Flevoland heeft het telefoonnummer van de directeur die bekend is bij alle teamleden, is de directeur met vakantie dan wordt er via mail het nummer van een staflid bekend gemaakt zodat dat nummer bereikbaar is.
Met dit nummer is er altijd een collega direct beschikbaar om hulp te kunnen bieden, buiten de kantoortijden.
De locaties liggen allemaal op maximaal 15 minuten rijafstand van de hoofdlocatie.
Verder zijn er normaal gesproken geregeld andere personen bij de locatie aanwezig.
Bij 3 locaties is er een peuterspeelzaal aanwezig 3, 4 of 5 dagen per week. (Locatie Acacialaan, Locatie Nagele en locatie Espel)

1 beroepskracht aanwezig indien wordt afgeweken beroepskracht-kindratio

De beroepskrachten zijn niet alleen op een locatie als er wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio.
Alle locaties hebben een opvang 0-4 jaar en 4-12 jaar.
Daardoor zijn er meestal meerdere personen in de gebouwen, als het teamlid van de BSO niet aanwezig is zijn de volgende maatregelen getroffen:

Acacialaan: niet aan de orde, geen teamlid alleen aanwezig in het gebouw als er wordt afgeweken van de BKR
grote locatie, meerdere groepen en stafleden kantoor

Zuiderkade: niet aan de orde, geen teamlid alleen aanwezig in het gebouw als er wordt afgeweken van de BKR, normaal gesproken meerdere groepen geopend.

Kantoor is dagelijks bezet door stafleden en pedagogische coaches.

Op (bijna) alle dagen is er een dienst op de locaties die vroeg begint, tot in de middag duurt en wordt overgenomen door een ander teamlid tot het einde van de dag zodat er niet wordt afgeweken van de 3 uurs regeling, er voldoende begeleiding is voor de kinderen en de teamleden niet alleen zijn in het gebouw.

Nagele en Espel:
Teamleden hebben de pauze op de locatie, de VSO leiding begint en heeft geen afwijking in BKR tot de vroege dienst begint.

Op (bijna) alle dagen is er een dienst op de locaties die vroeg begint, tot in de middag duurt en wordt overgenomen door een ander teamlid tot het einde van de dag zodat er niet wordt afgeweken van de 3 uurs regeling, er voldoende begeleiding is voor de kinderen en de teamleden niet alleen zijn in het gebouw.

Starten en wennen in een groep

Nadat er een contract is getekend en de plaatsingsdatum bekend is wordt er rond een week voor de plaatsingsdatum een afspraak gemaakt om te wennen.
Deze wenperiode kan een dagdeel, 2 dagdelen of een hele dag zijn.
Met de ouders wordt overlegd wat zij graag willen.
In deze wenperiode wordt aan de kinderen uitgelegd waar de jas hoort te hangen, waar de groepen zijn, wat je kunt/mag doen.

Starten in buitenschoolse opvang.

Bij de buitenschoolse opvang wordt de procedure van het ophalen bij school uitgelegd.

  • Kinderen wachten bij de juf/meester tot ze worden opgehaald.
  • Als kinderen niet naar de bso gaan moeten ze voor 14.00 uur zijn afgemeld.
  • Zijn de kinderen door ziekte niet geweest, moeten de ouders doorgeven wanneer de kinderen wel weer bij school worden opgehaald als ze beter zijn.
  • Zijn er geen afspraken doorgegeven van speelafspraken en feestjes dan gaan de kinderen met ons mee.
  • De kinderen kunnen bij het schoolplein alleen door de ons bekende ouder worden afgemeld.

Wennen van pukkiegroep naar buitenschoolse opvang.

Als kinderen 3 jaar en 10 maanden zijn is het doorgaans bekend of kinderen doorstromen naar de buitenschoolse opvang.
Na overleg met de leidinggevende mogen de kinderen gaan oefenen.
Vanaf 3 jaar en 11 maanden mogen de kinderen regelmatig een middag gaan oefenen.
Als kinderen in de vakantie gaan spelen, mogen ze gaan oefenen in de vakantieopvang als dit mogelijk is.
Ook hier wordt gekeken waar het kind aan toe is, vinden ze het nog erg spannend en is een uurtje komen spelen voldoende dan wordt het langzaam opgebouwd.
Vinden de kinderen het leuk, dan mogen ze de hele middag blijven spelen.

Beleid afname extra dagdelen

De ouders/verzorgers hebben een contract afgesloten voor de kinderopvang met de dagen beschreven waar de ouders/verzorgers gebruik van willen maken voor het kind.

Door omstandigheden kan het voorkomen dat de ouders/verzorgers graag willen dat een kind extra dagdelen komt buiten de contract uren.

Er wordt de mogelijkheid geboden om gratis dagdelen te ruilen met een maximum van 3 ruilingen per kalenderjaar.
Daarnaast is er de mogelijkheid om extra dagdelen af te nemen.

De procedure is als volgt:

  • ouders/verzorgers informeren of de mogelijkheid er is via het ouderportaal.
  • De planner gaat kijken op de stamgroep of daar mogelijkheid is voor extra opvang.
Zo ja: ouders/verzorgers krijgen de mogelijkheid om er gebruik van te maken. Ouders/verzorgers krijgen een akkoord in het ouderportaal met de gewenste dag. Dit wordt verwerkt op de maandelijkse factuur. (tenzij het een ruiling is)
Zo nee: er wordt op dezelfde locatie in een andere groep gekeken of daar mogelijkheid is voor extra opvang. Als dat kan volgt dezelfde procedure als bovenstaande.
Tegen de ouders wordt vermeld dat er extra opvang kan plaatsvinden in een andere groep.
Zo nee: als het met het kindaantal en teamleden niet mogelijk is om extra kinderopvang aan te bieden wordt tegen de ouders/verzorgers gezegd dat het helaas niet mogelijk is.

Beleid 3-uursregeling

Per 01 januari 2018 wordt de wet kinderopvang (IKK)gewijzigd betreffende de 3 uurs regeling.
De 3 uurs regeling betreft een afwijking van 3 uur per dag van het aantal pedagogisch medewerksters en het aantal kinderen die aanwezig zijn.

De richtlijnen zijn:
Kinderen 0 jaar:
3 kinderen per beroepskracht
Kinderen 1 jaar:
5 kinderen per beroepskracht
Kinderen 2 jaar:
8 kinderen per beroepskracht
Kinderen 3 jaar:
8 kinderen per beroepskracht
Kinderen van 4 t/m 7 jaar
10 kinderen per beroepskracht
Kinderen van 4 t/m 12 jaar
11 kinderen per beroepskracht
Kinderen van 7 t/m 12 jaar
12 kinderen per beroepskracht
Dit wordt de BKR genoemd. (beroepskracht-kindratio)

Bij verschillende samenstelling van de leeftijd van de kinderen kan de BKR anders zijn, dit kunnen we berekenen op 1ratio.nl en in onze digitale omgeving op de tablets.

Stichting Kinderopvang Flevoland regelt de 3 uurs regeling als volgt:

De officiële openingstijden zijn tussen 7.30 uur en 18.30 uur.
Bij Stichting Kinderopvang Flevoland kennen we in de ochtend een extra uur opvang alleen voor de ouders/verzorgers die dit nodig hebben/aangevraagd hebben.
Dit is een extra service voor ouders/verzorgers die anders te laat op het werk/school zijn als de kinderopvang later begint.
De dienst van de voorschoolse opvang BSO verzorgt dit eerste uur als hiervoor kinderen zijn aangemeld.
Op de locatie De Flierefluiter en De Vrijbuiter begint de tweede dienst om 7.00 uur. De tweede dienst neemt de kinderen van 4 jaar en ouder mee naar De Vrijbuiter.
Op de locatie in Espel begint de eerste dienst vroeger en wordt dit opgelost met een late dienst in de BSO.
In dit uur extra is er geen afwijking in de BKR.
Er wordt (mogelijk) afgeweken van de BKR op de volgende tijden:
Van 8.00 uur -8.30 uur (binnenkomst)
Van 12.30-14.30 uur ( lunch team)
Van 17.30-18.00 uur (vertrek)

Na 18.00 uur is er geen afwijking in de BKR

Voorschoolse opvang:
Er is geen afwijking in de BKR
Naschoolse opvang:
Bij het ophalen van kinderen uit school voordat het gehele team terug is kan er een afwijking zijn in de BKR, de rest van de middag is er geen afwijking in de BKR
Vakantieopvang:
Bij de locaties waar meerdere teamleden werken worden de begintijden en eindtijden van de dag verdeelt, de pauzes worden ook verdeelt.
Hierdoor wordt hetzelfde schema als bovenstaande aangehouden in afwijking van de BKR.
Bij de locaties waar 1 persoon werkt wordt de dienst doorgaans in 2 gedeelten opgesplitst, er kan sprake zijn van een opstartdienst, een afsluitdienst of de gehele dienst wordt door 2 gedeeld waardoor er geen afwijking in de BKR ontstaat.

Inzet stagiaires en vrijwilligers Stichting Kinderopvang Flevoland

Stichting Kinderopvang Flevoland biedt van verschillende opleidingsniveaus een leerplaats voor stagiaires.
Dit wordt aangeboden om leerlingen van scholen te laten kennismaken met het werkveld kinderopvang en leerlingen op te leiden tot pedagogisch medewerker niveau 3 of 4.

Wij bieden personen die naar school gaan voor een integratie traject een vrijwilligersplaats om de Nederlandse taal te kunnen leren.
De personen met een integratie traject kunnen de Nederlandse taal en cultuur leren kennen.

In de huishoudelijke dienst wordt er een werkplek geboden als dagbesteding.
Deze dagbesteding is een speciale aanvraag waarbij vooral de sociale contacten voorop staan.

Ons doel is om een (mini) maatschappij binnen de kinderopvang te creëren waarbij iedereen welkom is en kan leren van elkaar.

Er mag maximaal 1 stagiaire of vrijwilliger per groep, per dag ingepland worden.
Dit is besloten om het leerproces van personen op deze manier optimaal aandacht te kunnen geven.

Verschillende stages

  • MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 3 en 4 (BOL)
  • MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 4 na afronding niveau 3(BBL)
  • MBO opleiding niveau 1 en 2 en maatschappelijk stage vanuit middelbaar onderwijs

Er wordt een praktijkovereenkomst getekend.
Na de koppeling van de VOG in het personenregister kinderopvang kan er gestart worden met de stage. (stage-uren boven de 60 uur)

MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 3 en 4 (BOL)

Nadat er een sollicitatieprocedure is gevolgd door de stage coördinator wordt er een praktijkbegeleider toegewezen aan de stagiaire.
De praktijkbegeleider en stagiaire plannen een kennismakingsgesprek waarbij besproken wordt hoe lang de stageperiode gaat duren, wat de startdatum is en wat de werktijden zijn.
Stagiaires worden 7 uur per dag ingepland op de groep, daarnaast hebben ze de mogelijkheid om thuis of op het stageadres verslagen te maken.
Stagiaires zijn zelf verantwoordelijk voor het leerplan, ze krijgen opdrachten vanuit school waarbij het initiatief voor het voltooien van de opdrachten bij de leerling zelf ligt.
Zijn er problemen met het voltooien van (schriftelijke of praktijk) opdrachten dan meld de praktijkbegeleider dit bij de stage-coördinator waarna een gesprek wordt gepland met betreffende stagiaire. Daarnaast wordt er contact opgenomen met school om te bespreken hoe de stage op de juiste manier kan worden uitgevoerd of mogelijk wordt beëindigt.

De praktijkbegeleider en de stagiaire maken afspraken met school betreffende evaluatiegesprekken en proeves van bekwaamheid.

Taken en verantwoordelijkheden stagiaires
Stagiaires van een BOL opleiding zijn boventallig en worden niet als pedagogisch medewerkster ingezet.
Uitzonderingen volgens het CAO kinderopvang kunnen zijn; het incidenteel vervangen van de vaste groepsleiding in geval van ziekte en in vakantie bij ziekte van een pedagogisch medewerker;
tijdens schoolvakanties van de student.
Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • De student mag nooit alleen op de groep staan behalve tijdens pauzes;
  • De MBO-student mag niet worden ingezet tijdens het eerste leerjaar; en
  • De MBO-student kan uitsluitend worden ingezet op de eigen stagelocatie.

Als stagiaire zijn de taken het ondersteunen van de begeleiding en verzorging van kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar, zowel individueel als in groepsverband op het kinderdagverblijf of bij de buitenschoolse opvang waarbij de volgende taken kunnen voorkomen:

  • Ondersteunen in het creëren van een warme, veilige en schone omgeving.
  • Ondersteunen met spel- en knutsel activiteiten (binnen en buiten)
  • Aandacht verdelen over de kinderen individueel en in groepsverband
  • Ondersteunen met verschonen en zindelijkheid
  • Ondersteunen met kinderen naar brengen en uit bed halen
  • Huishoudelijke taken op de groep verrichten

Bij de buitenschoolse opvang mogen stagiaires wel mee naar school om kinderen te brengen/halen maar zullen nooit alleen naar de scholen gaan.

MBO opleiding pedagogisch medewerker niveau 4 na afronding niveau 3 (BBL)
Nadat personen een opleiding pedagogisch medewerker niveau 3 hebben afgerond kiezen sommigen ervoor om door te leren voor niveau 4.
Deze stagiaires beschikken over het diploma pedagogisch medewerker niveau 3 en worden formatief ingezet.
Ze zijn ook medewerkers van stichting Kinderopvang Flevoland en hebben een arbeidsovereenkomst volgens CAO Kinderopvang.

Er wordt een arbeidsovereenkomst afgesloten en een minimum (16) aantal uren ingepland of ze mogen in eigen tijd de benodigde uren voor de opleiding boventallig op een groep staan mocht de BKR al voldoen.
Er wordt een praktijkbegeleider toegewezen met minimaal diploma niveau 4.
De praktijkbegeleider en stagiaire plannen een kennismakingsgesprek waarbij besproken wordt hoe lang de stageperiode gaat duren en wat de startdatum is.
Werknemers/stagiaires worden geacht op eigen initiatief de opdrachten te voltooien waarbij de praktijkbegeleider een begeleidende rol speelt.
Werknemers/stagiaires kunnen eigen tijd inplannen naast de uren op het werkrooster om de opdrachten te voltooien.
Zijn er problemen met het voltooien van (schriftelijke of praktijk) opdrachten dan meld de praktijkbegeleider dit bij de stage- coördinator waarna een gesprek wordt gepland met betreffende stagiaire. Daarnaast wordt er contact opgenomen met school om te bespreken hoe de stage op de juiste manier kan worden uitgevoerd of mogelijk wordt beëindigt.

De praktijkbegeleider en de stagiaire maken afspraken met school betreffende evaluatiegesprekken en proeves van bekwaamheid.

Er wordt een praktijkovereenkomst getekend.
Na de koppeling van de VOG in het personenregister kinderopvang kan er gestart worden met de stage/werkzaamheden.

Taken/Functieomschrijving pedagogisch medewerker (CAO kinderopvang)

Kinderen begeleiden

  • Begeleidt kinderen, zowel in groepsverband als in individueel opzicht.
  • Schept een situatie binnen de groep waarin kinderen zich veilig voelen en stimuleert kinderen, door middel van uitvoering van het pedagogisch beleidsplan, zich verder te ontwikkelen.
  • Begeleidt kinderen bij de dagelijkse voorkomende bezigheden.
  • Organiseert activiteiten gericht op ontwikkeling.

Resultaat:
Kinderen begeleid gedurende de met de ouders/ verzorgers afgesproken periode, zodanig dat zij volgens het pedagogisch plan zich ontwikkelen, opgevoed en gestimuleerd worden.

Draagt zorg voor de dagelijkse verzorging van kinderen.

Resultaat:
Kinderen verzorgd gedurende de met de ouders/ verzorgers afgesproken periode, zodanig dat zij schoon zijn en gevoed worden volgens geldende hygiëne-eisen en afspraken met de ouders.
Informatie uitwisselen over kinderen en werkzaamheden

Houdt de ontwikkeling van kinderen bij en rapporteert of informeert hierover (periodiek) het hoofd.

  • Informeert bij kennismaking de ouders/ verzorgers over de gang van zaken binnen de groep.
  • Draagt zorg voor een goed (periodiek) contact met ouders/ verzorgers en informeert naar specifieke aandachtspunten (dagritme, voeding e.d.) en bijzonderheden van de op te vangen kinderen, ook bijvoorbeeld in de vorm van ouderavonden.
  • Onderhoudt in het geval van schoolgaande kinderen contact met de betreffende scholen.
  • Stemt met collega’s af over de dagindeling en de verdeling van de werkzaamheden en draagt mede zorg voor een goede samenwerking en voor een goede overdracht.
  • Neemt gebruikelijk deel aan werkoverleg.

Resultaat:
Informatie uitgewisseld, zodanig dat zowel de ouders/ verzorgers, de leidinggevende als de pedagogisch medewerkers beschikken over de voor de verzorging en begeleiding relevante informatie, cao-zodat het betreffende kind/ de betreffende kinderen zo optimaal mogelijk opgevangen kan/ kunnen worden.
Ruimten en materiaal beschikbaar houden.

Verricht licht huishoudelijke werkzaamheden in de groep en draagt mede zorg voor het beheer, de aanschaf en de hygiëne en goede staat van de inventaris.
Onder licht huishoudelijke werkzaamheden worden die huishoudelijke werkzaamheden verstaan die voortvloeien uit of samenhangen met het werken met kinderen.

Resultaat:
Een schone ruimte en een goed verzorgde inventaris, zodat kinderen in een schone en veilige omgeving opgevangen kunnen worden.

Deskundigheid bevorderen
Begeleidt en instrueert, indien op de groep aanwezig, pedagogisch medewerkers in ontwikkeling(niveau 3), groepshulpen, MBO-student-werknemers en stagiaires en rapporteert hierover periodiek aan het hoofd.

Resultaat:
Deskundigheid bevorderd, zodanig dat pedagogisch medewerkers in ontwikkeling (niveau 3), groepshulpen, MBO-student-werknemers en stagiaires zo goed mogelijk ingezet kunnen worden op de groep en (indien van toepassing) in staat gesteld worden hun leerdoelen te behalen.

Stages niveau 1 en 2 en maatschappelijks stages
Als niet alle stageplaatsen zijn ingevuld door niveau 3 en 4 komt er ruimte voor stage-aanvragen van niveau 1,2 en maatschappelijke stages.
Deze personen zijn altijd boventallig.
Deze stages hebben als doel om personen de kans te geven om te kijken wat het werkveld Kinderopvang te bieden heeft als werkomgeving en wat het betekent om deel te nemen aan het arbeidsproces.
De stage-coördinator wijst een praktijkbegeleider aan, deze gaat in de praktijk beoordelen wat deze personen mogen uitvoeren op de groep. Dit gebeurt op een individuele basis.
Opdrachten van school worden op initiatief van de leerlingen uitgevoerd.
Over het algemeen komen de stagiaires van de maatschappelijke stages voor een korte periode of voor een langere periode 1 dag in de week.
De taken zijn vooral gericht op het individuele contact met kinderen, leren omgaan met werkzaamheden.
De stages niveau 1 en 2 kunnen voor een langere periode zijn (tot 1 schooljaar) waarbij de praktijkbegeleider per persoon kan bekijken wat binnen zijn/haar mogelijkheden ligt. De praktijkbegeleider of aanwezige pedagogisch medewerkers zal ten alle tijden verantwoordelijk zijn en altijd een begeleidende rol spelen.

Taken

  • Ondersteunen bij schoonmaakwerkzaamheden op de groep
  • Individueel aandacht geven aan kinderen onder toeziend oog van de pedagogisch medewerker.
  • Leren door te doen, leren wat het inhoud om op de werkvloer te zijn en deel te nemen aan het arbeidsproces.
Integratietraject

Vanuit de gemeente Noordoostpolder krijgen wij soms de vraag of er een vrijwilligersplek beschikbaar is voor een integratie traject Nederlandse taal.
Om de Nederlandse taal en cultuur te leren wordt er indien mogelijk een plek toegewezen.
De stage-coördinator bekijkt of er een plek beschikbaar is.
Het team van de groep zorgt voor de begeleiding.
Deze personen zijn altijd boventallig.

Er wordt gebruik gemaakt van een vrijwilligersovereenkomst.
Na de koppeling van de VOG in het personenregister kinderopvang kan er gestart worden met het traject.

Taken

  • Gesprekjes met de kinderen voeren
  • Kinderen voorlezen uit kinderboeken
  • Gesprek aangaan met het team
  • Bekijken hoe de dag verloopt/ Nederlandse cultuur ervaren
Dagbesteding huishoudelijke dienst

Momenteel is er 1 persoon bij ons als dagbesteding vanuit Kleurkracht te Emmeloord, 6 uur per week verdeeld over 2 middagen.
Dit om sociale contacten te onderhouden en andere werkzaamheden te verrichten die ze doorgaans doet bij haar vaste dagbesteding bij Kleurkracht.
Zij wordt vanuit Kleurkracht begeleidt en haar aanspreekpunt bij Stichting Kinderopvang Flevoland is het hoofd huishoudelijke dienst.

Dit persoon is gekoppeld met haar VOG in het personenregister kinderopvang.

Taken

  • Ondersteunen bij de afwas en de was.
  • Fruit hapjes maken voor de babygroep met de keukenmachine.
  • Ondersteunen bij het geven van fruithapjes, onder begeleiding van de pedagogisch medewerker.